Nederland 14es - 1906
Oude Mannenzaal,    
Achter Davidshof 1  
3811 BD Amersfoort   unknown
 
    Algemeen ziekenhuis
   
    Museum
  RDMZ, Uittreksel uit de Objecten Data Bank, nr. 517746; D. Leistikow, Hospitalbauten in Europa aus zehn Jahrhunderten. Ein Beitrag zur Geschichte des Krankenhausbaues, Ingelheim am Rhein 1967; N. Donselaar, Van Gasthuisbed tot Serviceflat, Zes eeuwen bejaardenzorg in het Gecombineerd St. Pieters- en Bloklands Gasthuis te Amersfoort.

Geschiedenis :
Het St. Pietersgasthuis, oorspronkelijk het nieuwe gasthuis genoemd, werd reeds vóór 1390 gesticht, aanvankelijk voor niet meer dan dertien arme zieke mensen. Kinderen, mensen met een geestelijke afwijking en melaatsen waren er niet welkom. Voor de laatsten bezat het gasthuis een Lazarushuis, dat ten oosten van de stad, buiten de Kamppoort was gelegen. Op den duur nam het gasthuis minder zieken op en meer oude van dagen, waaronder proveniers of kostkopers. Ook na de reformatie bleven de regenten deels katholiek. In 1804 ging het gasthuis samen met het kleinere Bloklands of Heilige Sacramentsgasthuis. Het Bloklandsgasthuis, gesticht door de heer van Blokland en zijn vrouw in 1573, was oorspronkelijk bestemd voor de allerarmsten, maar werd later een tehuis voor welgestelde proveniers. Voordat zij samengingen stond het meer dan het Sint Pietersgasthuis onder toezicht van de stedelijke overheid.

Architectuur :
Wat rest van de middeleeuwse architectuur zijn de kapel met voorruimte en het mannenhuis van het voormalige Sint Pietersgasthuis die in 1906 werden gerestaureerd. Het overige deel van het middeleeuwse complex is in 1906 gesloopt en vervangen door nieuwbouw. De architect H. Kroes, was niet alleen verantwoordelijk voor de restauratie, maar ook voor de nieuwbouw in Neorenaissancestijl. De middeleeuwse mannenzaal bestaat uit een grote hoge ruimte, voorzien van een houten tongewelf uit de 17e-18e eeuw. De gevels bevatten enkele hoge kruiskozijnen met glas-in-lood. Het interieur bestaat uit bepleisterde wanden, betegelde vloeren, lambriseringen en bedsteden tegen de buitenwanden. De in baksteen opgetrokken eenvoudige, eenbeukige Middeleeuwse kapel is voorzien van een schilddak, gedekt met leien en voorzien van gotische vensters met natuurstenen raamtraceringen. Het complex uit 1906 bestaat uit U-vormig hoofdgebouw met twee oost-westelijk gelegen zijvleugels. De neorenaissancistische voorgevel bestaat uit drie bouwlagen. De vleugels zijn twee bouwlagen hoog en hebben vierkante torens op de hoeken. Het middendeel en de vleugels hebben ieder een afzonderlijk schilddak gedekt met leien, gelegd volgens maasdekking, geaccentueerd door een trapgevel met steekkap. Hierin bevindt zich de centrale entree. De achtergevel is in 1983 achter een dikke bepleistering uit het zicht verdwenen. Het gehele complex is opgetrokken in rode machinale baksteen, rijkelijk voorzien van siermetselwerk. De vensters hebben glas-in-lood ramen. Het interieur van het hoofdgebouw wordt bepaald door ruimtes met opvallend hoge plafonds. Langs de gehele achterzijde bevindt zich een gang.

 

(translation in progress…)

 

Histoire :
L’hôpital St Pierre, à l’origine nommé Nouvel Hôpital, fut en fait fondé avant 1390 et ne pouvait recevoir plus de treize malades. Les enfants, les malades mentaux et les lépreux n’y étaient pas les bienvenus. Pour ces derniers, l’hôpital possédait un lazaret à l’est de la ville, au-delà de la Kamppoort. A la longue, l’hôpital accueillit moins de malades et plus de personnes âgées, dont des "proveniers" ou patients payants. Même après la réforme, les directeurs restèrent en partie catholiques. En 1804, l’hôpital fusionna avec l’hôpital Blokland du Saint Sacrement fondé par le sieur Blokland et par sa femme en 1573 et qui, à l’origine, était destiné aux plus pauvres, mais fut transformé plus tard en hospice pour "proveniers" bien nantis. Avant leur fusion, ce dernier était plus dépendant des autorités municipales que l’hôpital St Pierre. Subsistent de l’architecture médiévale la chapelle avec son parvis et la maison des hommes de l’ancien hôpital Saint Pierre qui furent restaurées en 1906.

Architecture :
Le reste du complexe médiéval fut rasé en 1906 et remplacé par de nouvelles constructions. L’architecte H. Kroes était non seulement responsable de la restauration, mais aussi des nouvelles constructions dans le style néo-renaissance.
La salle des hommes du moyen-âge consiste en un grand espace élevé, doté d’une voûte en berceau en bois du XVII-XVIIIième siècles. Les façades contiennent quelques croisées avec des vitraux. L’intérieur consiste en murs crépis, en sols dallés, en lambris et en lits placés contre les murs extérieurs.
La chapelle médiévale simple et à nef unique en brique est pourvue d’un toit en croupe couvert d’ardoises et percée de fenêtres gothiques en pierre de taille.
Le complexe de 1906 est constitué d’un bâtiment principal en forme de U avec deux ailes latérales à l’est et à l’ouest. La façade avant de style néo-renaissance est sur trois niveaux. Les ailes sont hautes de deux étages et sont dotées de tours carrées aux coins.
La partie centrale et les ailes ont chacune un toit en croupe séparé couvert de tuiles dans le style mosan, accentué par une cage d’escalier avec une lunette. C’est là que se trouve l’entrée centrale. La façade arrière fut recouverte d’une grosse couche de crépi en 1983.
Tout le complexe est construit en brique rouge et richement maçonné. Les fenêtres ont des vitraux. L’intérieur du bâtiment principal est marqué par des espaces à plafonds particulièrement élevés. Un couloir longe tout l’arrière.